Blijven lobbyen om keuzevrijheid voor NGT-gewassen te behouden
Schaalvergroting in productie en consumptie van bio

Dit vakbladartikel wordt je gratis aangeboden. Op de hoogte blijven? Meld je aan voor de gratis nieuwsbrief.
Sander van Diepen groeide op op een melkveebedrijf in De Weere (NH). „Een gangbaar bedrijf, wel extensief en met veel weidevogels. Natuurlijk heb ik meegewerkt, en ik help bijvoorbeeld nog steeds met inkuilen. Maar ik had niet de ambitie om het thuis over te nemen. Mijn broer wel, hoewel hij een andere afslag neemt met paarden in plaats van koeien. Ik ben in Leiden Europees recht en geschiedenis gaan studeren.”
Die nieuwe woonplaats Leiden beviel goed en Van Diepen werd actief voor D66 in de lokale politiek. Ook startte hij een carrière in de belangenbehartiging. „Ik werk graag in het speelveld tussen overheden, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven in. Ik zou geen van de drie voor 100 procent willen. Het mooie is: belangenbehartiging zit precies tussen die drie werkvelden in”, constateert Van Diepen.
Van Diepen werkte zes jaar als lobbyist bij LTO. „Ik startte precies op het moment van de uitspraken over 50 procent reductie van de veestapel, met veel boerenactie. Als actief lid van D66 zat ik er middenin. In die sfeer van polarisatie werk ik juist aan verbinding.”
Lobby
Zijn voormalige lobbywerk voor LTO komt nu goed van pas voor Biohuis. „Je zit dan dicht bij de landelijke politiek. Met mijn boerenachtergrond kan ik de vertaling van het boerenerf naar de politiek goed maken.” Vooral ook door leden van de Tweede Kamer mee te nemen op bedrijfsbezoek. „Dat heb ik wel gemerkt. Het meest waardevolle is als je Kamerleden mee kan nemen naar het boerenbedrijf. Dan zien ze echt waar hun wetsvoorstellen het verschil maken.”
Met de derde keer verkiezingen in korte tijd, had van Diepen het gevoel ‘dat kunstje ken ik nu wel’. „Dus toen Laurens Nuijten belde met het nieuwtje dat hij van Biohuis naar LTO overstapte, heb ik enthousiast gesolliciteerd.” Van Diepen begon per 1 december bij Biohuis, met een warme en snelle overdracht.
„Nuttig, want het is nu een spannende periode. De formatie is in volle gang. Dan is het fijn dat we goed zijn aangehaakt. En dat ik de biologische aandachtspunten al ken. Als ik me eerst rustig ga inwerken, mis je als biosector de boot.”
Op Van Diepens derde werkdag publiceerden CDA en D66 al een tussenakkoord. „We hebben meteen een reactie gegeven: biologisch moet erin. Al is het maar met één zin.” Het doel: om 15 procent biologisch in 2030 te halen, wil Biohuis dat deze Tweede Kamer dat doel vast blijft houden en er tot 2030 per jaar 115 miljoen aan financiering aan toevoegt. „Dat is onze hoofdtaak, nummer één, twee en drie. We willen aan de slag en we willen de financiering erbij.”
Met biologisch in de catering zijn er kansen voor versnelling van de marktgroei
Catering voor versnelling
Van Diepen is met het Biohuis-bestuur ook alert op beleid rond de landbouw. „We hebben ook een reactie gegeven op de Nota Ruimte, waarvan na het voorontwerp nu een ontwerp is gepubliceerd. Dan blijkt alles over biologisch eruit gesloopt te zijn. Die Nota Ruimte is richtinggevend voor de inrichting van Nederland, je kan biologisch niet weglaten. We moeten erin terugkomen.”
De focus is nu grotendeels op de politiek. „We hebben al negen fracties gesproken, ook de mogelijke toekomstige oppositiepartijen.” Het gesprek ging niet alleen over de groei van het biologische areaal. „We willen ook werken aan marktontwikkeling en de consumptie aanjagen.”
Met BioRegio’s of BioSteden, met biologisch in de catering of via supermarkten, ziet Van Diepen kansen voor versnelling. „We weten natuurlijk dat het lastig is met supermarkten, met enorme concurrentie om de goedkoopste te blijven. Toch willen we om de tafel.”
Hoopvol is de aankondiging van de landelijke overheid om 25 procent biologisch verplicht te stellen voor de catering van het Rijk. „Bij defensie zijn flinke budgetten beschikbaar. Paresto is bijvoorbeeld de cateraar van al die kazernes, daar moeten we ook mee praten. En voor de NAVO: al die manschappen en materialen komen via de Rotterdamse haven de EU binnen. Als je een weerbare samenleving wil, moet het leger ook gezond eten. Samenwerken met dergelijke partijen is nodig als je grote slagen wilt maken.”
Van Diepen is niet naïef. „Schaalvergroting in bio is nodig. Dat doel motiveert me. Dat vond ik ook aantrekkelijk aan mijn stap naar Biohuis: biologisch gaat om een groeimarkt met een missie.”
Residuen
Lastiger onderwerpen, waar van Diepen nog wel wat inwerktijd voor nodig heeft: genetische modificatie en bijvoorbeeld residuen van gewasbeschermingsmiddelen op biologische producten. „Voor NGT-gewassen, met technieken zoals CRISPR-Cas, werken we direct samen met Bionext. Het lijkt nu misschien een gelopen race in de EU, dat zulke technieken worden gedereguleerd Maar we blijven lobbyen op de voorwaarden van de biologische sector om keuzevrijheid te behouden. Het wordt aan de lidstaten overgelaten om waarborgen te creëren. We willen met de minister en de partijen die een aanzet tot het coalitieakkoord opstellen, onze randvoorwaarden voor co-existentiemaatregelen vastleggen.”
Over gewasbeschermingsmiddelen en de residuen wil Van Diepen met de gangbare sector aan de slag. „De waarborgen voor de biologische buren moeten goed worden ingevuld, zodat je het conflict voor bent.”
Als je Tweede Kamerleden mee kan nemen naar de boerderij, zien ze direct waar hun wetsvoorstellen het verschil maken
Kennismaken
Van Diepen wil meer biobedrijven bezoeken, zoals de bedrijven van de Biohuis-bestuurders. „Bij voorzitter Pipie en bij Jeroen Neimeijer ben ik al geweest. Dat is leuk om te zien. Om de mens achter de bestuurder te leren kennen, zo trots op hun bodem. Na de jaarwisseling ga ik graag nog bij de anderen langs.”
Plannen voor het komende jaar zijn er al, zoals de Biohuis-dag in februari. „Biologische boeren en tuinders zijn heel actief, ze delen veel. Nu nog de rest van de landbouw motiveren om om te schakelen. En de consument meekrijgen om die groei ook mogelijk te maken. Alleen groei in de productie is een recept voor teleurstellingen. Productie en consumptie van biologisch moeten wel hand in hand groeien. Daar wil ik samen aan werken.”
Tekst: Maria van Boxtel
Beeld: Biohuis
